Internisten

Recidiverende infecties, chronische onbegrepen diarree met ernstig afvallen, ongewoon verlopende auto-immuunziekten of lymfoproliferatieve aandoeningen, dat zijn signalen die kunnen wijzen op een immuundeficiëntie.

Recidiverende infecties, chronische onbegrepen diarree met ernstig afvallen, ongewoon verlopende auto-immuunziekten of lymfoproliferatieve aandoeningen, zijn signalen die kunnen wijzen op een afweerstoornis. Vroege herkenning van patiënten met een afweerstoornis leidt tot het tijdig instellen van de juiste behandeling. Voor de patiënt geeft dit vaak een aanzienlijke verbetering in de kwaliteit van leven, en verdere schade door de infecties wordt gestopt of in ieder geval geminimaliseerd.. Daarom is het belangrijk hier alert op te zijn, zonder meteen elke patiënt hierop te gaan onderzoeken. Om u daarbij behulpzaam te zijn heeft de European Society for Immunodeficiencies een schema voor de diagnostiek bij vermoeden van een afweerstoornis opgesteld, deze zijn, evenals ‘de 10 alarmsignalen voor een afweerstoornis’ te vinden onder deze link. Als uw patiënt aan één of meer daarvan voldoet is het zinvol hem of haar verder immunologisch te onderzoeken of daarvoor te verwijzen. In sommige ziekenhuizen zijn hier speciale poliklinieken voor, waar immunologen werken. Voor een overzicht klikt u hier.

De volgende immunologische diagnoses kunt u vooral in deze patiëntengroep verwachten:

  • CVID, ‘common variable immunodeficiency’ of ‘late-onset hypogammaglobulinemie’ (2 van IgA, IgG en IgM vallen onder de normaalwaarde, en andere oorzaken hiervoor zijn uitgesloten)
  • HIV-infectie, AIDS
  • Ongewone vorm van gecombineerde immuundeficiëntie (stoornis van B- én T-lymfocyten, uit zich meestal, maar niet altijd, al op de kinderleeftijd)
  • Hypogammaglobulinemie (afwijkende waarden van immuunglobulinen, maar onvoldoende voor de diagnose CVID), IgG-subklasse deficiëntie (één of meer van IgG1, IgG2 of IgG3 vallen onder de normaalwaarde; IgG4 deficiëntie is doorgaans niet van klinische betekenis), of specifieke antistofrespons deficiëntie (de respons op het polysacharide vaccin Pneumo23 is onvoldoende, en/of de respons op het eiwitvaccin tetanus toxoid en/of difterie is onvoldoende)
  • Chronische granulomateuze ziekte, CGD (functiestoornis van de granulocyten; zeldzaam)
  • Geen immuundeficiëntie, maar een auto-inflammatoir beeld zoals periodieke koortssyndromen
  • Secundaire immuundeficiëntie (HIV-infectie, immuunsuppressieve behandeling, hypogammaglobulinemie door eiwitverlies)